Het is zondagmorgen 22 maart 2026. Er hangt een dichte mist. Ik vertrek naar de lentereceptie van vzw Ypriana in het Vleeshuis in Ieper. De vzw bestaat uit vijf ‘geledingen’: IKO (Iepers KinderOrkest), Y-percussion, Ons Kramikkels, De Brasserie en de Koninklijke Harmonie Ypriana. Zelf had ik het geluk om, samen met Wannes Cappelle, met de Harmonie meer dan tien keer te mogen optreden. De receptie heeft als doel om samen terug te blikken op het voorbije muzikale werkjaar en vooruit te kijken naar wat komt. De receptie wordt opgeluisterd door een paar tientallen jonge muzikale talenten van IKO.

Ik parkeer de auto en heb voor de receptie nog even de tijd om wat in Ieper rond te wandelen. Vredesstad Ieper zal voor altijd de menselijke littekens dragen van de Eerste Wereldoorlog. De Menenpoort is uiteraard één van de bekendste monumenten die ons bij Wereldoorlog I doet stilstaan. De poort werd door Sir Reginald Blomfield ontworpen als een klassieke triomfboog op de plaats van de vroegere doorgang doorheen de stadsomwalling richting Menen. De poort draagt de namen van meer dan 50.000 vermisten en niet-geïdentificeerde militairen van de Commonwealth. De waanzin van oorlog is hier heel tastbaar.
Vanaf de Menenpoort zie ik het imposante metalen beeldhouwwerk ‘The Hauntings’ staan. Het is een werk van Jo Oliver uit Somerset (Engeland). Het werd geïnspireerd door de geest van een jonge soldaat uit de Eerste Wereldoorlog van wie men zegt dat hij rondwaart over de heuvels bij haar thuis. Ik lees verder bij de informatie bij het kunstwerk dat hij de gewone mens die door de oorlog wordt getroffen – niet gebonden aan land, geloof of ideologie – symboliseert. ‘Zijn aanwezigheid eert allen die geleden en standgehouden hebben tijdens conflicten. Zijn verhaal herinnert ons aan verlies, hoop en de veerkracht van de menselijke geest. Wie hem ontmoet, voelt vaak een diepe verbondenheid alsof hij de herinneringen van velen draagt. Hij is een boodschapper die ons stil oproept tot reflectie, herinnering en de keuze voor vrede.’ Een kunstwerk met een meer dan ooit actuele maatschappelijke boodschap.
Vervolgens ga ik naar de lentereceptie waar heel wat vrijwilligers helpende handen zijn om alles vlot te laten verlopen. De kinderen van het kinderorkest zorgen voor schitterende muziek. Wat kan men op een zondagmorgen meer verwachten dan kinderen die verbonden samen musiceren. De dirigente bracht ongetwijfeld met engelengeduld het muzikale samenspel van de kinderen tot stand.
Na de receptie en het optreden wandel ik over de Markt van Ieper. Een klein orkestje maakt zich klaar om even later te musiceren. Er is een activiteit in het kader van ‘Wie geeft Ieper Kleur?’ Ik zie plots een aantal mensen in narrenpak verschijnen. Ze blijken deel uit te maken van de Orde van de Ypersche Nar. Op hun oorkonde lees ik onder andere:
‘Verkozen om uw verdiensten en blijf hierin volharden
desnoods als zalm, tegen strooms gewijs.
Men kan zotten van hun vel ontdoen of villen
maar hen niet laten doen wat ze niet willen
volhardend in eigenheid en gevend vol gaerne.
Want wie met een zuur gezicht of met tegenzin geeft,
is een dankjewel niet waard.’
Het gaat allemaal om mensen die zich op de een of andere manier voor de stad inzetten. Deze zondagochtend maakte mij voor de zoveelste keer duidelijk hoe vrijwilligers en verenigingen het cement van onze maatschappij blijven vormen. In een tijd waarin maatschappelijke verzuring, die zich vertaalt in polarisatie, wantrouwen en onverschilligheid, steeds nadrukkelijker aanwezig lijkt te zijn, vormen ze een soort ‘antigif’. Ze brengen immers mensen samen. Vrijwilligers en verenigingen creëren ontmoetingsplekken waar verschillen overbrugd kunnen worden. In muziekverenigingen, sportclubs, jeugdbewegingen, … leren mensen samenwerken, verantwoordelijkheid opnemen en rekening houden met anderen. Dergelijke ervaringen staan haaks op de individualisering die in onze maatschappij vaak te veel aan de orde is. Bovendien bieden deze verenigingen een tegengewicht voor de anonimiteit van het digitale tijdperk, waarin discussies vaak veel te polariserend zijn. Als mensen met elkaar persoonlijk in contact treden, heb je meteen een ander verhaal dan de harde quotes op sociale media.
Het is dan ook meer dan ooit aangewezen dat lokale besturen en politici in het algemeen blijven investeren in het verenigingsleven. Verenigingen versterken de sociale cohesie. Bovendien dragen ze bij aan het verminderen van de eenzaamheid bij heel wat mensen. Het lijkt soms de ‘ziekte van onze tijd’ te zijn. Zonder voldoende ondersteuning lopen we als maatschappij het risico dat de verenigingen verdwijnen. Investeren in het verenigingsleven is investeren in een verbonden leefbare maatschappij. Het zijn zij die de gemeente of stad kleur geven. We mogen hen dan ook nooit in de steek laten.
Zondag 22 maart 2026 werd in de streek alsnog een gitzwarte dag. Een jonge twintiger die op weg was naar een voetbalwedstrijd kwam in de dichte mist bij een frontale botsing in Zonnebeke om het leven.
