Ik beken. Ik ben nogal fan van de stripreeks van Casper & Hobbes die onder andere in De Standaard te volgen is. Op 13 juni 2026 verscheen het volgende:
Weet jij wat wij nodig hebben, Hobbes? Een stoer imago. Een imago? Ja. Je kunt niet cool zijn als je geen imago hebt. Echt? Zeker. Het is helemaal in. Wat past het best bij ons? We kunnen beleefd en respectvol zijn. Goh. Reuze cool (met een bedenkelijke blik).
Het deed mij meteen denken aan het agressieprotocol dat recentelijk door werknemers- en werkgeversorganisaties werd opgemaakt. Een agressieprotocol? Ja, dus. Vlaams viceminister-president Hilde Crevits, ook verantwoordelijk voor Binnenland, Steden- en Plattelandsbeleid, Samenleven, Integratie en Inburgering, Bestuurszaken, Sociale Economie en Zeevisserij zegt terecht: “Het spreekt voor zich dat we geen enkele vorm van agressie of geweld ten aanzien van medewerkers tolereren. Elk incident verdient een ernstige opvolging. Jammer genoeg krijgen we verschillende signalen dat het personeel van de lokale en provinciale besturen steeds meer te kampen krijgt met agressie van burgers. (…) Het gaat om een concrete handleiding over hoe lokale besturen hun agressiebeleid kunnen aanpakken of verbeteren. Het is een belangrijke eerste stap om het agressiebeleid te verbeteren, na de verschrikkelijke moord op de 56-jarige OCMW-medewerker in Gent.”
Het gaat inderdaad over een praktische handleiding die lokale en provinciale besturen ondersteunt bij het uitwerken van een eigen agressieprotocol. Het gaat om risico’s in kaart brengen, nagaan of maatregelen zoals vluchtroutes of alarmknoppen nodig zijn, het uitwerken van een gedragscode en sensibiliseringscampagnes, het aanstellen van een agressiecoördinator als centraal aanspreekpunt en het investeren in opvang en nazorg voor slachtoffers van agressie.
Nochtans zou het simpel moeten zijn. Agressie hoort niet bij de job van lokale of provinciale ambtenaar. Is het niet erg dat we financiële middelen hieraan moeten besteden? Mocht iedereen zich een beetje gedragen, zou dit allemaal niet nodig hoeven te zijn.
Zijn we respect als kernwaarde in onze maatschappij aan het verliezen? Soms zou je het denken. ‘Gigantische sluikstort … op enkele meters van recyclagepark: Bedden, kasten, tafels, stoelen, potten, pannen, huisvuil, noem maar op.’ (Wolvertem/Meise) In de Anderlechtse Kuregemwijk bouwden inwoners een muur, met afval dat ze hadden opgeraapt in hun wijk, rond het gemeentehuis. Met de actie wilden ze aandacht vragen voor het afvalprobleem waarmee de wijk kampt. Ook hier ontstond en is er een probleem omdat bepaalde mensen zich niet aan elementaire fatsoenregels houden. Vuilnis hoort niet op straat achtergelaten te worden. Bovendien zouden overheden veel geld kunnen besparen en in andere zaken investeren, mocht iedereen zich ordentelijk gedragen.

Respect vormt nochtans één van de belangrijkste pijlers van een democratische en menselijke samenleving. Het is de basis van een constructieve samenwerking tussen burgers en overheid, tussen ambtenaren en politici, maar ook tussen politici, burgers en ambtenaren onderling. Toch lijkt respect vandaag steeds vaker onder druk te staan. Sociale media, polarisatie, frustraties over maatschappelijke problemen en een toenemende verharding van het publieke debat zorgen ervoor dat mensen elkaar soms niet meer als mede- maar als tegenstander benaderen. Daarom is een duidelijke oproep tot wederzijds respect meer dan ooit noodzakelijk.
Respect voor lokale ambtenaren is van fundamenteel belang. Zij staan, vergeet het niet, ten dienste van de maatschappij en proberen dagelijks de inwoners met raad en daad bij te staan. Dat verdient waardering en respect. Hoewel kritiek op dienstverlening soms terecht kan zijn, mogen frustraties nooit aanleiding zijn voor beledigingen, bedreigingen of agressief gedrag. Ambtenaren zijn geen tegenstanders van de burger; zij werken voor dezelfde gemeenschap en streven naar een goed functionerende samenleving.
Respect begint daarom met kleine dagelijkse keuzes. Het begint wanneer we luisteren naar iemand met een andere mening. Het begint wanneer we een ambtenaar vriendelijk benaderen, ook als we ontevreden zijn. Het begint wanneer we politici beoordelen op hun daden en voorstellen. En het begint ook wanneer ambtenaren, politici en wij allen zelf het goede voorbeeld geven door waardig en constructief met elkaar om te gaan.
Respectvol handelen kan. Dat bewezen heel wat Japanse fans op het WK voetbal. De Japanse supporters lieten zich van hun beste kant zien. Terwijl de meeste fans het stadion na het laatste fluitsignaal verlieten, bleven honderden Japanse fans wat langer op de tribunes om hun afval op te ruimen. Ze waren trouwens niet aan hun proefstuk toe. Ook tijdens het vorige WK maakten zij wereldwijd indruk door na wedstrijden de tribunes schoon achter te laten. Die traditie zetten ze nu voort. In Japan wordt immers veel belang gehecht aan netheid en respect voor publieke ruimtes, waarden die Japanners ook tijdens internationale sportevenementen uitdragen. Ook de kleedkamer van het Dallas Stadium liet Japan trouwens helemaal opgeruimd achter.
Laat ons dan misschien met zijn allen een klein beetje Japanner zijn. Er is nog hoop!
