MATConnect is een online bibliotheek van Vanden broele

Nieuwe omzendbrief agressieprotocol (juni 2026)

Kort samengevat

  • Op 5 juni 2026 verscheen een omzendbrief handleiding agressieprotocol (KBBJ/ABB 2026/4) over de opmaak van een agressieprotocol voor lokale en provinciale besturen.
  • De omzendbrief kwam tot stand via een technische werkgroep binnen Comité C1, met vakbonden, werkgevers en ABB als facilitator, en werkt het bestaande ABB-sjabloon voor een agressieprotocol bij.
  • Ze beschrijft drie pijlers: preventie en sensibilisering, interventie in crisissituaties en monitoring van agressie-incidenten.
  • Naast het wettelijk kader geeft de omzendbrief concrete aandachtspunten voor preventie en gedragscode, schadevergoeding, opvang en nazorg, en agressie met een discriminatoir karakter.
  • Besturen kunnen zich voor inhoudelijke inspiratie baseren op bestaande agressieprotocollen van andere besturen, gepubliceerd op de website van ABB.
  • Tijdens de commissie voor Binnenlands Bestuur en Inburgering van 30 juni 2026 lichtte minister Hilde Crevits vervolgstappen toe: een aparte ABB-themapagina, een sensibiliseringsactie en meer samenwerking met de politie. Het instrument blijft voorlopig vrijblijvend en zonder extra budget.

 

Doel van de nieuwe handleiding

Agressie tegen personeelsleden en mandatarissen van lokale en provinciale besturen is een structureel aandachtspunt. De omzendbrief werd opgesteld naar aanleiding van signalen uit het werkveld over toenemende agressie, en is het resultaat van overleg tussen vakbonden en werkgevers binnen Comité C1. De directe aanleiding voor de vernieuwde handleiding weegt zwaar door. Tijdens de commissie voor Binnenlands Bestuur en Inburgering van 30 juni 2026 verwezen meerdere Vlaamse volksvertegenwoordigers naar de moord op een 56-jarige OCMW-medewerker in Gent in de zomer van 2025 als directe aanleiding voor het versnelde overleg binnen Comité C1. Brecht Warnez haalde ook een onderzoek van Het Nieuwsblad en de UGent aan waaruit bleek dat 78% van de lokale mandatarissen al met verbale agressie is geconfronteerd, en Yves Buysse wees op een stijging van 19% in agressie tegen ambtenaren tussen 2020 en 2024. 

De nieuwe handleiding vertaalt zich niet in nieuwe verplichtingen op zich, maar bundelt en verduidelijkt bestaande wettelijke verplichtingen (onder meer uit de welzijnswetgeving, het Bestuursdecreet en het decreet over het lokaal bestuur) in één praktisch instrument: het agressieprotocol. Het uitgangspunt is duidelijk: agressie mag nooit als ‘deel van het werk’ worden beschouwd.

Voor besturen die nog geen agressieprotocol hebben, of een verouderde versie hanteren, biedt de omzendbrief een geactualiseerd houvast. Voor besturen die al een protocol hebben, is ze een goede aanleiding om te toetsen of alle onderdelen nog volledig zijn, met bijzondere aandacht voor de recent uitgewerkte onderdelen rond nazorg en discriminatoire agressie.

Naast de omzendbrief van 5 juni 2026 volgde op 14 juni 2026 ook de formele lancering van het agressieprotocol.

 

Wettelijk kader in het kort

De omzendbrief zelf creëert geen nieuwe verplichtingen, maar bundelt bestaande regelgeving in functie van het agressieprotocol. Concreet moet elk lokaal en provinciaal bestuur:

  • een preventieadviseur psychosociale aspecten (PAPS) aanstellen, en een vertrouwenspersoon vanaf vijftig werknemers (welzijnswet van 4 augustus 1996);
  • de nodige maatregelen nemen om een einde te maken aan feiten van geweld, zoals een preventieve schorsing;
  • een preventiebeleid voeren met inventarisatie, evaluatie en preventiemaatregelen, opgenomen in het arbeidsreglement;
  • een register bijhouden van geweldfeiten door derden, met de aanbeveling om ook interne agressie te registreren;
  • een intern meldingskanaal voorzien voor klokkenluidersmeldingen (Bestuursdecreet van 7 december 2018), waarbij mandatarissen ook steeds bij een extern kanaal zoals Audit Vlaanderen terechtkunnen;
  • deontologische codes opmaken voor personeel en mandatarissen, met een deontologische commissie voor mandatarissen (Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).

Bijkomend wijst de omzendbrief op de aparte verzekeringspositie van mandatarissen (Decreet lokaal bestuur en het statuut van de lokale mandataris) en op het specifieke kader bij discriminatoire agressie, met mogelijke strafverzwaring vanaf 1 september 2026 onder het nieuwe Strafwetboek.

 

Hoe kan je dit aanpakken?

Stap 1: Bepaal het eigenaarschap en de nodige rollen. Wijs een trekker aan voor de opmaak of actualisatie van het agressieprotocol, en overweeg de aanstelling van een agressiecoördinator als vast aanspreekpunt.

 

Stap 2: Bouw het protocol aan de hand van de aanbevelingen ondder de zeven onderdelen uit de omzendbrief:

  1. Begripsomschrijving: definitie van agressie en de verschillende types (frustratie-, instrumentele, psychopathologische en fysieke agressie, bijna-incidenten, cumulatieve agressie).
  2. Wettelijk kader: preventieadviseur, feitenregister, intern meldingskanaal, deontologische code.
  3. Preventie en gedragscode: (jaarlijkse)risicoanalyses, opleidingen, gedragscode voor personeel, mandatarissen en burgers.
  4. Interventie in crisissituaties: een vast, toegankelijk stappenplan.
  5. Schadevergoeding: opsplitsing tussen lichamelijk/psychisch letsel, materiële schade aan het bestuur en materiële schade aan het personeelslid, met aandacht voor de aparte verzekeringspositie van mandatarissen.
  6. Opvang en nazorg: eerste opvang door de leidinggevende, aangifte bij de politie, ondersteuning van het slachtoffer, en een apart traject voor interne en externe agressors.
  7. Discriminatoire agressie: registratie van discriminatoire elementen, verwijzing naar VMRI, Unia of IGVM.

 

Stap 3: Maak het onderscheid tussen personeel en mandatarissen expliciet, zowel op het vlak van verzekering als van interne en externe meldingskanalen.

 

Stap 4: Zorg voor bekendheid en gebruik. Een protocol heeft enkel waarde als personeelsleden en mandatarissen het kennen vóór er zich een crisis voordoet. Communiceer actief over het protocol, de aanspreekpunten en het feitenregister.

 

Stap 5: Haal inspiratie uit bestaande protocollen. ABB verzamelt agressieprotocollen van lokale besturen op zijn website. Dat is een goed startpunt om te zien hoe andere besturen definities, stappenplannen en sanctiekaders concreet hebben uitgewerkt.

 

Waar loopt het in de praktijk vaak vast?

  • Onderscheid tussen personeel en mandatarissen. Mandatarissen zijn geen personeelsleden en zijn dus anders verzekerd en juridisch anders gepositioneerd, bijvoorbeeld bij klokkenluidersmeldingen of psychosociale ondersteuning. Een protocol dat dit onderscheid niet maakt, schiet tekort. Minister Crevits erkende tijdens de commissievergadering van 30 juni 2026 zelf dat de uitwerking voor mandatarissen vandaag beperkter is dan voor personeel, en kondigde aan de VVSG te betrekken om dit verder te verfijnen.
  • Registratie blijft onderbenut. De wettelijke verplichting om een feitenregister bij te houden (uit de federale Welzijnswet), geldt formeel enkel voor geweld door externen. In de praktijk wordt het register vaak te weinig gebruikt of te weinig bekend gemaakt bij personeelsleden, waardoor besturen geen goed zicht krijgen op de omvang van het probleem. Dat register moet overigens niet aan ABB bezorgd worden; er komt voorlopig geen centrale monitoring of rapportering vanuit de Vlaamse overheid.
  • Discriminatoire agressie vraagt een apart traject. Wanneer agressie samenhangt met beschermde kenmerken zoals afkomst, geloof of seksuele oriëntatie, is bijkomende kennis nodig over externe meldpunten zoals het Vlaams Mensenrechteninstituut, Unia of het IGVM. 
  • Nazorg stopt te snel. De omzendbrief benadrukt dat nazorg een traject is, geen eenmalig gesprek. In de praktijk verdwijnt de opvolging na het eerste contactmoment vaak van de radar.
  • Kwetsbare functies buiten beeld. Naast de meest voor de hand liggende doelgroepen wezen parlementsleden tijdens het debat ook op medewerkers van intercommunales, kleinere welzijnsverenigingen en leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) tijdens hoorzittingen, als groepen die niet altijd systematisch worden meegenomen in een agressieprotocol. Ook een mogelijke toename van agressie bij OCMW's, als gevolg van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, kwam ter sprake.

 

Wat volgt nog? Vervolgstappen uit het parlementair debat

De omzendbrief zelf kondigt al aan dat het werk niet af is. Tijdens de commissie voor Binnenlands Bestuur en Inburgering van 30 juni 2026 gaf minister Hilde Crevits meer duiding bij wat besturen de komende periode mogen verwachten:

  • Een aparte themapagina op de website van ABB, met informatie over de bestaande welzijnsverplichtingen, modeldocumenten, sjablonen en goede praktijken van andere besturen, zodat besturen niet steeds het warm water moeten uitvinden.
  • Een sensibiliseringsactie naar de brede bevolking, die het signaal moet geven dat agressie tegen medewerkers nooit bij de job hoort.
  • Meer structurele uitwisseling met de politie, naar het voorbeeld van besturen die al periodiek overleggen met hun politiezone over agressie-incidenten en veiligheidsrisico's.
  • Verdere uitwerking van de positie van mandatarissen, in overleg met de VVSG.
  • Een lopend proefproject in Gent met 20 mobiele noodknoppen voor personeelsleden die alleen op huisbezoek gaan. De evaluatie was voorzien tegen de zomer van 2026, maar lag op het moment van de commissievergadering nog niet voor.

Belangrijk om mee te geven: de minister benadrukt dat er geen bijkomende verplichtingen naast de federale Welzijnswet, geen apart Vlaams budget en geen systematische rapportering van agressieprotocollen aan ABB komen. De aanpak blijft voorlopig gebaseerd op ondersteuning, sensibilisering en kennisdeling. De opmaak van een eigen protocol blijft in de eerste plaats een keuze en verantwoordelijkheid van het bestuur zelf.

Deel deze update via LinkedIn
Deel deze update via Facebook
Deel deze update via Twitter
Deel deze update via e-mail

Lees meer in MATConnect

Al onze nieuwsberichten in uw mailbox?

Schrijf u in op onze gratis nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe regelgeving, relevante actualiteit, niet te missen opleidingen en studiedagen, ...